Overslaan en naar de inhoud gaan

Tentoonstelling ‘Kan’t Anders’ toont ambacht van kantklossen in Woudenberg

donderdag 05 maart 2026, 9.26
door Lisa Mooijman
In Cultuurhuis Woudenberg is sinds 27 februari de tentoonstelling Kan”t Anders van kantklosser Lia Pater te zien. De tentoonstelling duurt nog tot en met 3 april.
Een gekantklost mutsje van Lia Pater
© Anna van den Hazel

Pater wil laten zien dat kantklossen, hoewel de vroegste vormen volgens historici rond 1400 in Italië begonnen, een modern en creatief ambacht is. Ze hoopt vooral jonge mensen enthousiast te maken. Tijdens de expositie en workshops legt ze uit hoe het werken met klosjes en draden in zijn werk gaat. XON keek mee.

Tekst gaat verder onder de video.

Kantklossen begon in Italië dan wel in de Middeleeuwen, maar pas vanaf de achttiende eeuw werd het ambacht ook in ons land steeds belangrijker. Vrouwen en meisjes deden het vaak als bijverdienste. Het belang van kant en kantklossen was destijds vooral voor verfraaiing van de kleding van de elite.

Anno nu is kantklossen in ons land vooral een hobby van een steeds kleiner wordende groep mensen. Zonder de overdracht van kennis aan jongere generaties lijkt het een kwestie van tijd totdat kantklossen alleen nog in geschiedenisboeken te lezen en in musea te zien is.

Draden als rode draad door het leven

Lia Pater uit Woudenberg is nog een van de weinigen voor wie het kantklossen geen geheimen heeft. “Als jong meisje was ik best een beetje onwillig”, zegt zij. “Tegen de wens van het hoofd van de basisschool in, wilde ik persé niet naar de mavo. Huiswerk maken, boeken lezen, dat wilde ik niet. Maar ook wist ik niet wat ik wel wilde. Op aandringen van mijn moeder heb ik na de huishoudschool op het Julianaplein hier in Woudenberg in Amersfoort de mbo-opleiding Kostuumnaaien gevolgd. Hier leerde ik patroontekenen, naaien, ontwerpen, kantklossen, stof versieren en meer. Mijn scriptie maakte ik daar over Nederlandse kledingdrachten.”

Die verbondenheid met draden is volgens Pater altijd gebleven, al is dat vooral hobbymatig geweest. “De draden waar ik mee werk, zijn in de loop van de tijd steeds fijner geworden. Die fijnheid van draden is bijvoorbeeld bij het restaureren van klederdrachtmutsen heel belangrijk. Zo’n restauratie is een heel proces van onderdelen die eventueel vervangen moeten worden, uit elkaar halen van de muts, wassen, stijven, plooien, strijken en weer in elkaar zetten.”

Bij de verschillende klederdrachten die in ons land voorkomen, worden heel verschillende technieken gebruikt om mutsen te maken. En dus bezocht Pater met haar moeder, die ook veel met textiel deed, veel musea om te zien welke techniek bij het maken van mutsen werd gebruikt. “Van Noord–Holland en Friesland tot Noord–Brabant, overal in het land hebben wij cursussen gevolgd. Iedere streek heeft weer zijn eigen muts. Nu probeer ik qua verfijning van draden waar ik mee werk, naar de “finishing touch” in mijn leven te gaan. Je wordt ouder, je ziet slechter en je wordt milder.”

Hoogtepunt

Voor Pater is kantklossen altijd een hobby gebleven. “Ik werk nooit in opdracht. Ik doe het omdat ik het leuk vind. Iets verkopen doe ik hooguit als iets klaar is en iemand er helemaal weg van is. Dan kán het zijn dat ik overweeg om iets te verkopen. Ik maak niets op bestelling en zeker niet onder druk. Met deze tentoonstelling wil ik laten zien dat de schoonheid van een patroon niet zit in de draden zelf, maar in “de mooiste gaten tussen de draden. Daarom is het mogen exposeren van mijn kantkloswerken echt een hoogtepunt.”

Woensdagmiddag 11 maart zijn Pater en enkele collega-kantklossters in het Cultuurhuis om bezoekers kennis te laten maken met het ambacht. Zij hopen dat nieuwe liefhebbers ontdekken hoeveel plezier kantklossen kan geven.

Meer over