Overslaan en naar de inhoud gaan

Nog maar 100 Nederlandse gemeenten heffen hondenbelasting, waarvan 5 in het XON-gebied

maandag 29 juni 2026, 15.51
door Arjan van Steen
Het aantal gemeenten dat hondenbelasting heft, is in 15 jaar tijd meer dan gehalveerd. Waar in 2010 nog 72% van de gemeenten een aanslag op de mat liet vallen bij hondenbezitters, zijn dat er in 2026 nog maar 100 van de 342 gemeenten (29%), blijkt uit een analyse van Overstappen.nl.
Hondenbelasting
© ChatGTP / XON

Begin 2026 schaften 12 gemeenten de hondenbelasting af. Daar staat één gemeente tegenover die juist hondenbelasting nieuw invoerde. In het XON-gebied moet er in 5 van de 7 gemeenten (71%) nog belasting betaald worden voor de hond, alleen in Renswoude en Scherpenzeel hoef je er niet voor te betalen.

Ook zijn er, zowel landelijk als regionaal, grote verschillen in de bedragen. Veenendaal is in onze regio het duurst, hier betaald men €113,40 per jaar voor de eerste hond en €165,80 voor iedere volgende hond. In Wageningen kost de eerste hond €91,60, de tweede hond €153,68 en alle volgende honden €209,64. Woudenberg rekent voor iedere hond die je hebt hetzelfde bedrag, namelijk €84,40 per hond. In Rhenen betaalt men voor de eerste hond €72,00, voor de tweede €180,00 en voor iedere hond daarboven €201,00. Ede is het goedkoopst met €45,48 voor de eerste hond en voor elke volgende hond €67,20. Alle gemeenten hebben daarnaast een apart tarief voor officiële kennels. Hierin is Wageningen het duurst met €610,61, gevolgd door Rhenen (€478,00), Woudenberg (€421,25), Veenendaal (€293,10) en Ede (€160,56).

Algemene middelen

De opbrengst van de hondenbelasting vloeit in alle 5 de gemeenten direct naar de zogeheten ‘algemene middelen’. Dit betekent dat het geld niet specifiek is geoormerkt voor de hond, maar in dezelfde pot belandt als andere gemeentelijke inkomsten (zoals de onroerendezaakbelasting). Uit deze pot worden wel faciliteiten voor honden bekostigd, maar ook vele andere zaken.

Meer over