
Het was een mooie zomernamiddag en de gele borden langs de route gaven het al aan: OMLEIDING. Die avond zou de optocht zoals jaarlijks gewoon eind augustus weer door onze straat rijden. Onze kleinzoon van vijf en wij sjouwden de tuinbank, tuinstoelen en een tuintafeltje naar de oprit. Ons huis ligt iets boven het maaiveld zodat wij gezeten op een heuveltje een mooi overzicht hadden. De eerste toeschouwers bevolkten al de stoep voor ons huis. Een groepje van vier hoogbejaarden informeerde voorzichtig of de plek voor onze oprit vrij was. En of ze mochten gaan zitten op het muurtje van de buren.
‘Natuurlijk, ga zitten waar u wilt,’ zeiden we.
We reikten de oudste man een stoel aan en brachten ze kussens om op te zitten. Het minste wat je kunt doen. Ook onze kleinzoon had er zichtbaar plezier in en verheugde zich op de heideoptocht. Maar wat er ook gebeurde en kwam, geen heideoptocht. De eerste toeschouwers begonnen al ongeduldig op hun smartphone te kijken. Was er vertraging? Waarom duurde het zo lang? Diezelfde vraag stelde onze kleinzoon. We wisten het ook niet. Een ongeval? Pech bij een van de trekkers? Was de burgemeester nog niet terug van vakantie?
Tijdens het wachten dacht ik terug aan vroeger. Pas bekeek ik nog de dia’s als herinnering. Ik was vijf en ik stond met mijn ouders en broertjes langs de stoep te kijken naar een optocht. Suikerspin in de hand. Feestgedruis achter dichte rijen publiek. Maar ik kon er geen klap van zien, want de mensen voor mij waren veels te groot. ‘Mama, ik zie niets!’ Mijn moeder tilde me op en ik zag alles. Wat mooi, wat een kleuren. Een hoempa-orkest, een stoet jongleurs, majorettes. Mijn moeder straalde omdat ik straalde. ‘Ik zet je even neer, nu til ik je broertje op.’ Ik keek naar mijn ouders op, mijn moeder nu met haar jongste op de arm. Allebei stralend. Mijn vader met de twee oudste op zijn arm. Alle drie stralend. ‘Mag ik nu weer?’ vroeg ik. Ik mocht weer.
‘Waarom duurt het zo lang?’ Ik schrik op uit mijn overpeinzing door de vraag van kleinzoon. Loop naar de weg om een blik te werpen naar de bocht waar de optocht hoort aan te komen. In de verte zie ik tussen de rijen mensen spiedend de flikkerlichten van trekkers en auto’s. Waarom staat de optocht eigenlijk stil? Dan na weer een kwartier wachten komen ze eindelijk. Het hoempa-orkest, de burgemeester, de heidehoogheden, de schapen, de jongleurs, de majorettes… Het gaat maar door. We wuiven, lachen, genieten – vooral onze kleinzoon en wij daardoor ook dubbel.
Een van de dames die we net een kussen leenden komt vriendelijk lachend aan met buttons en stickers. Ze heeft ze gekregen van de mensen van de optocht. Geeft ze blij af aan onze kleinzoon. Daar gaat ze mee door, de hele optocht lang. Ik bedank haar en in haar ogen glanst even de blik van mijn moeder.
Optochten en hoempamuziek zijn voor kinderen, moeders en oma’s een must. Vaders en opa’s niet te vergeten.


