Bennekom en Ede laten zich horen op 79ste Airborne Wandeltocht

De route van de wandeltocht loopt door (delen van) het gebied waar de Slag om Arnhem (Operatie Market Garden) in september 1944 woedde. Brandpunt van de tocht is het Airbornemuseum Hartenstein, het daadwerkelijke hoofdkwartier van de Airborne-strijdkrachten tijdens de slag in 1944. Het is dan ook een herdenkingstocht en een eerbetoon aan de ruim 1750 voornamelijk Britse en Poolse militairen die in de Slag zijn gesneuveld.
Ook bij deze 79ste Airborne Wandeltocht komt veel kijken. Rond de driehonderd vrijwilligers zorgen dat alles goed loopt die dag. 24 muziekkorpsen uit het hele land zorgen daarbij niet alleen voor een mooi defilé langs Hartenstein en de acht veteranen uit de Tweede Wereldoorlog, hun familie en ondersteuners, maar ook voor gezelligheid op de route.
Kijk hoe Marit en Tim van Jeugdshowband Irene, Tim van OBK Bennekom en Polar Bearsveteraan Arnold Walton de dag beleven.
Wat er meer gebeurde die dag lees je onder de video in de tekst,
Jeugdshowband Irene en OBK Bennekom
Marit en Tim van de jeugshowband van Showkorps Irene uit Ede staan te wachten om te kunnen vertrekken. Voor de hun thuishonk van de dag, de Vredebergkerk, vijf minuten lopen van Hartenstein, beginnen ze dus maar met ‘inspelen’.
Tim is de maître en loopt voorop en Marit speelt trombone en loopt dus bij de blazers. “Airborne is een heel groot ding, ook voor muziekkorpsen”, zegt Marit. “En het is heel leuk om buiten muziek te kunnen spelen.”
Ook Tim vindt dat een van de leukste dingen om te doen. “Je moet gewoon op tijd beginnen met trainen. Zo kun je rustig opbouwen. Eerst een wat kleiner optreden, dan groter, enzovoort, totdat je hier bent. En leuk is ook: we laten ons weer zien.”
“Optreden is echt leuk” zegt Marit. “Als je goed oefent, is lopen en spelen tegelijk niet zwaar, hoewel de trombone wel een van de zwaardere instrumenten is. Maar het is goed te doen en vandaag, met dit weer, helemaal.”
Alle korpsen hebben op straat voor de kerk een eigen vak waar ze moeten opstellen. OBK Bennekom staat een stukje achter jeugdshowband Irene, en ook OBK heeft er zin in. “Vandaag zijn we hier met de drumband en het marsorkest”, vertelt Cornel die de kleine trom speelt. “Wij gaan eerst lopen in het defilé en daarna nog een stuk tussen de wandelaars. Zodat de wandeltocht beter te doen is voor ze”, zegt hij er lachend achteraan.
Spelen op de Airborne Wandeltocht vindt Cornel heel bijzonder. De korpsen lopen al spelend naar de opstelplek voor het defilé dat langs Hartenstein en de veteranen gaat. Ze moeten wachten op de korte herdenking, het spelen van The Last Post en de minuut stilte. “Dan weet je waarvoor je het doet, en het is extra indrukwekkend omdat er nog veteranen langs de weg zitten.”
Last Post
Terwijl de korpsen op weg zijn richting defilé zitten de veteranen vlak voor Hartenstein in een speciale tent met podium langs de kant van de weg te kijken. De wandelaars van de langste afstand, de veertig kilometer, zijn al weg, maar wandelaars van andere afstanden zijn net begonnen. Veel mensen komen de veteranen begroeten, bedanken en de hand schudden, anderen zwaaien en vaak zwaaien de veteranen terug.
Dan wordt de weg vrijgemaakt en moeten de wandelaars wachten. Groepen militairen van diverse eenheden stellen zich op. Als de trompettist na een korte toespraak The Last Post begint te spelen staan sommige veteranen, ondanks de moeite die ze daarvoor moeten op en brengen de groet. Iedereen is even heel stil, maar na het reveille barst het defilé los. Uiteindelijk komen ook de Jeugshowband Irene en OBK Bennekom voorbij.

Als de groepen en de korpsen voorbij zijn gaan de veteranen, waaronder Polar Bear Arnold Walton naar de overkant voor een korte ceremonie bij het beeld ‘De Soldaat en het Bloemenmeisje’. “Het is maar een heel klein stukje, maar de veteranen zijn allemaal zo oud dat ze dat ze vaak niet meer of niet meer goed kunnen lopen”, vertelt een vrijwilliger van de Taxi Charity for military veterans, die de veteranen de hele reis begeleiden. “Er komen dus golfkarretjes voorrijden waar ze in kunnen stappen en aan de overkant bij het beeld er weer uit. Dat moeten we rustig aan doen, maar dat moet nu eenmaal op die leeftijd.”
En dat gebeurt dus ook. Voetje voor voetje lopen ze, vaak ondersteund door de vrijwilligers, de golfkarretjes in en even later weer uit. Ze stellen zich op bij het beeld. Ook de burgemeester van de gemeente Renkum, Marcel Fränzel, is samen met de kinderburgemeester Pippi Keijzer, present. Fränzel is blij met het weer en de goede sfeer. “Ik ben sinds de zomer van vorig jaar waarnemend burgemeester en in 2027 vertrek ik weer. Dat ik deze herdenkingen mag doen, zeker in aanwezigheid van de veteranen, vind ik echt een hele eer. Dit is geen grote plechtigheid, maar een informeel klein eerbetoon. Maar dat maakt het juist mooi.”
Dat informele voert al snel nadat de bloemen gelegd zijn, ook weer de boventoon. “We should sing a song“, roept een oudere heer van de Taxi Charity. Hij zet een lied in en al gauw zingen ook veteranen met een grote glimlach mee, zeker als “We’ll meet again” van Vera Lynn wordt ingezet.
Arnold Walton bevrijder van Ede e.o. bij Polar Bears

De honderdjarige Arnold Walton ontmoette pas dit voorjaar voor het eerst de nazaten van de familie waar hij in Ede een paar weken verbleef voor de bevrijding officieel werd ondertekend. Hij woonde dit jaar in april in Ede een speciale herdenking bij en is vandaag terug met de Taxi Charity voor de Airborne Wandeltocht. “Het weer is goed, ik hoor dat de wandeltocht goed gaat, mensen zijn lief. Geweldig allemaal! En die korte plechtigheid bij ‘de soldaat en het bloemenmeisje’ heb ik staand gedaan. On my own two feet, want dat wilde ik gewoon.”
Arnold Walton was rond de bevrijding van Nederland onderdeel van de 49th (West Riding) Division (The Polar Bears). Hij vertelt over zijn tijd bij de Polar Bears en Ede. “Wij konden gelukkig afmaken wat de Airbornetroepen waren begonnen. We hebben in die tijd een flink gebied bevrijd. Uiteindelijk konden we Arnhem bevrijden, maar daar was niemand en de stad was helemaal verwoest. Van daaruit gingen we door naar Ede, waar we een paar weken werden ingekwartierd bij mensen thuis. Daarna gingen we door naar Utrecht. We joegen de nazi’s helemaal terug naar Duitsland.”
Walton kreeg uiteindelijk orders om terug te gaan naar Engeland, maar bleef nog wel een tijd in het leger. Zijn leukste stationering vond hij Oostenrijk. “Bijna net zo leuk als Nederland: bijna!”
Van zijn tijd in Ede weet hij vooral nog dat het steenkoud was. “IJspegels aan je neus, weet ik nog. Maar we werden heel gastvrij ontvangen en mijn maat en ik mochten bij de familie van der Waal thuis slapen. Inkwartiering was heel gewoon toen. We lagen op de grond, maar dat voelde alsof we in landhuis mochten overnachten. We waren al heel lang onderweg en een echte slaapplaats hadden we al tijden niet gehad. We konden we ons daar ook weer eens goed wassen. Dat was hard nodig!”

Opbouwen
Nazaten van de familie van der Waal, waar Walton en zijn maat ingekwartierd zaten, zijn vandaag ook. “Ik had ze na een opsporingsactie dit voorjaar voor het eerst in Ede gezien, en nu zijn dus ook hier. Een van de jongere meisjes van de familie van nu lijkt sprekend op Binky (bijnaam van een van de dochters van destijds, Willy van der Waal) van mijn inkwartiering. Vandaag ook. Ze liep naar me toe en ik dacht even dat ik Binky zag.”
Hier zijn roept geen pijnlijke herinneringen op. “Je kent het gewoon niet meer terug. Toen wij met de Polar Bears door dit gebied reden was alles verwoest, platgebombardeerd, uitgebrand, ingestort. Ik herken dus niks meer. Wat hebben ze hier hun best gedaan om alles weer op te bouwen, geweldig!”
Walton zou ook heel graag ook bij de Luchtlandingen in Ede willen zijn op 19 september, maar of dat lukt weet hij nog niet. “Als het kan en lukt, ben ik er heel graag bij!

Meer over


