
De zomer- en wintertijd zijn een afspraak van de Europese Unie. In bijna alle landen van Europa gaat de klok in maart een uur vooruit en in oktober een uur achteruit. De afspraken over de klokwisseling zijn Europees geregeld, zodat landen hun klok niet op verschillende momenten verzetten. Dit kan problemen opleveren voor vervoer en verkeer over de grens.
In 2018 stelde de Europese Commissie voor om de halfjaarlijkse klokwisseling af te schaffen. Lidstaten zouden dan zelf een vaste tijdsinstelling kiezen voor het hele jaar: standaardtijd, oftewel wintertijd, of zomertijd.
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) onderzocht in 2019 de gezondheidseffecten van verschillende tijdsinstellingen. Uit het onderzoek blijkt dat het voor de volksgezondheid gunstiger lijkt om het hele jaar de standaardtijd aan te houden. Volgens het RIVM heeft dat vooral te maken met de invloed van daglicht op onze biologische klok. Zonlicht helpt ons lichaam te bepalen wanneer we wakker worden en wanneer we slaperig worden. Bij wintertijd komt de zon eerder op dan bij zomertijd. Dat sluit volgens het RIVM beter aan bij het natuurlijke dag- en nachtritme.
Met de zomertijd blijft het in de avonden langer licht, dat kan prettig zijn voor mensen die aan het einde van hun werk- of schooldag nog dingen willen ondernemen. Bij wintertijd verschuift het daglicht juist naar eerder op de dag. Een permanente wintertijd zorgt ervoor dat het ’s ochtends eerder licht wordt, maar dat het in de zomer eerder donker is.
Een internationaal literatuuronderzoek uit 2026, waarin 157 studies uit 36 landen zijn meegenomen, laat zien dat de effecten van de klokwisseling verschillen. Zo hangt de overgang naar zomertijd samen met een tijdelijke toename van hartinfarcten en dodelijke verkeersongevallen. De overgang naar wintertijd kan juist zorgen voor meer slaap en minder arbeidsongevallen. Volgens de onderzoekers is er geen eenduidig bewijst dat de klokwisseling op alle gezondheidsgebieden schadelijk is.
Het Europees Parlement stemde in maart 2019 in met het voorstel van de Europese Commissie om de klok niet meer te verzetten. De lidstaten bereikten echter nog geen overeenstemming over een gezamenlijke aanpak. Enkele landen geven aan dat er meer onderzoek nodig is voordat een besluit kan worden genomen. De Europese Commissie voert aanvullend onderzoek uit, dat zou naar verwachting eind 2026 worden afgerond. Tot er een besluit genomen is, verandert er niets en blijven we de klok dus twee keer per jaar verzetten.
Meer over
We gebruiken cookies en vergelijkbare technologieën om uw ervaring op onze website te verbeteren. Lees ons Privacybeleid.